← Terug naar Kennis
Techniek6 min lezen

Windbereik uitgelegd: hoeveel parawings heb je nodig in Nederland?

Je leest overal dat je aan een parawing genoeg hebt, omdat het windbereik zo groot is. Ik verkoop ze en ik vaar ze, en ik ben daar toch eerlijker in: in Nederland kom je in de praktijk uit op twee maten. Niet omdat het windbereik tegenvalt, maar omdat comfort iets anders is dan net kunnen varen. Hieronder leg ik uit hoe windbereik werkt en waar de echte grens ligt.

Wat windbereik betekent

Het windbereik van een wing is de bandbreedte waarbinnen je er prettig mee vaart. De ondergrens is waar je nog net op je foil komt. De bovengrens is waar je het doek niet meer rustig houdt en je gaat vechten in plaats van varen.

Let op hoe merken die getallen opschrijven. Als Triple Seven bij de P.T. Hybrid 8 tot 35 knopen noemt, is dat het bereik van de hele maatreeks, niet van een enkele wing. En een goede vuistregel uit de praktijk: haal drie tot vijf knopen van de opgegeven bovengrens af, dan zit je op het punt waar het nog echt leuk is.

Waarom een hybride meer bereik heeft

Bij een opgepompte wing ligt de vorm vast. Een parawing is een soft doek aan lijnen, dus je trekt hem kleiner en vlakker als het aantrekt. Dat is depower, en daar zit de winst.

Hybride modellen gaan nog een stap verder. De P.T. Hybrid is voor ongeveer de helft dubbelwandig, de P.T. LTX voor ongeveer een kwart. Dat profiel geeft de wing structuur en rust. Het gevolg merk je vooral in vlagerige wind: de wing blijft handelbaar en comfortabel als het even doorzet, in plaats van dat hij aan je trekt. Qua veelzijdigheid komt dat dicht bij wat je van wingen gewend bent, maar dan met je handen vrij en zonder pomp.

Vlagerig is niet hetzelfde als hard

Dit is het punt waar de meeste sizing-adviezen de mist in gaan. Een hybride vangt vlagen prima op. Maar als het niet vlagerig is en gewoon consistent harder waait, dan helpt depower je maar tot een bepaald punt. Dan is het simpelweg fijner om te wisselen naar een kleinere maat. Je vaart rustiger, je hebt meer controle, en je bent aan het eind van de sessie minder gesloopt.

Dat is geen tekortkoming van de wing. Dat is gewoon hoe doek in de lucht werkt.

Het rugtasje verandert alles

En hier zit de mooiste eigenschap van parawingen. Je tweede maat weegt bijna niets en past in een klein rugtasje. Je hebt geen pomp nodig, dus je kunt hem gewoon meenemen het water op.

Waait het harder dan verwacht? Je wisselt op het water en vaart door. Je hoeft niet terug naar de kant, niet omrijden naar je auto, niet je sessie afbreken. Dat lukt met geen enkele kite- of wingfoilsetup. Twee parawings is daarom iets heel anders dan twee kites: het is geen quiver die je thuis laat, het is een tweede maat die altijd mee is.

Wat je in Nederland nodig hebt

De 4.x is hier veruit het meest gebruikt. Dat is de maat die het grootste deel van de bruikbare dagen aan de kust dekt. Daar begin je.

Indicatief, op basis van rijdersgewicht:

GewichtGemiddeld (15 tot 25 kn)Stevig (25+ kn)Licht (10 tot 15 kn)
Onder 65 kg3.0 tot 4.0 m²2.0 tot 3.0 m²4.5 tot 5.5 m²
65 tot 75 kg3.5 tot 4.5 m²2.5 tot 3.5 m²5.0 tot 6.0 m²
75 tot 85 kg4.0 tot 5.0 m²3.0 tot 4.0 m²5.5 tot 6.5 m²
85 tot 95 kg4.5 tot 5.5 m²3.5 tot 4.5 m²6.0 tot 7.0 m²
Boven 95 kg5.0 tot 6.5 m²4.0 tot 5.0 m²6.5 tot 7.0 m²

Zelf dek ik met een 3.1, een 4.2 en een 5.5 zo goed als alles wat hier voorbijkomt. Er ligt ook nog een 2.4, maar die heb ik zelden echt nodig. Twee van die drie brengen je al heel ver, de derde is luxe voor de uitersten van het seizoen.

Wat jouw maat nog verschuift

  • Je foil. De grootste en meest onderschatte factor. Met een efficiënte foil of een downwindboard kom je eerder los en kun je vaak een halve tot een hele vierkante meter kleiner pakken.
  • Je gewicht. Meer gewicht vraagt meer doek voor dezelfde power.
  • Je techniek. Beter pompen en hoogte houden verlaagt je ondergrens meer dan een maat groter doek.
  • Het water. Choppy Maasvlakte bij aflandige wind eet je bovengrens sneller op dan vlak binnenwater.

Zo kies je

Begin met een 4.x uit de tabel hierboven. Vaar daar een seizoen mee en kijk waar je het vaakst niet het water op kunt. Gaat het om harde dagen, dan wordt je tweede maat een 3.x. Sta je vooral te wachten op wind, dan een 5.x. Kijk voor de modelkeuze ook naar de model- en maatgids en de vergelijking tussen de LTX en de Hybrid.

Wil je dit even samen doorlopen? App me via WhatsApp op https://wa.me/31628341913 met je gewicht, je foil en waar je meestal vaart, dan geef ik je vrijblijvend maatadvies. Liever eerst voelen: kom langs in Schiedam, dan leg ik ze naast elkaar.

Persoonlijk maatadvies?

App of mail Bas met je gewicht, niveau en vaargebied, dan denk ik vrijblijvend met je mee.